Wervelfracturen vormen een risico en
komen vaak voor bij patiënten met sarcoïdose

 

Röntgenfoto's van de borstkas en longfunctietests kunnen helpen het fractuurrisico te bepalen: onderzoek

 

Botbreuken, vooral die van de wervelkolom, zijn een veelvoorkomende complicatie bij mensen met sarcoïdose, volgens een studie waarin bijna 400 patiënten werden onderzocht.

 

De gegevens lieten zien dat sarcoïdosegerelateerde longbetrokkenheid en een verminderde longfunctie risicofactoren zijn voor grote botbreuken.

 

Röntgenfoto's van de borstkas waarmee longbetrokkenheid wordt onderzocht, en longfunctietests kunnen helpen het risico op botbreuken bij patiënten met sarcoïdose te bepalen, merkten de onderzoekers op.

 

De details van de analyse van het team werden gepubliceerd in ‘Osteoporose en grote fragiliteitsfracturen (MOF) bij patiënten met sarcoïdose: verband met de ernst van de ziekte’, een studie gepubliceerd in het tijdschrift Aging Clinical and Experimental Research

 

Osteoporose komt vaak voor bij sarcoïdose door het gebruik van corticosteroïden

Bij sarcoïdose vormen zich ophopingen van abnormaal geactiveerde immuuncellen, granulomen genoemd, in verschillende weefsels en organen, waaronder de longen, lever, het hart, de darmen, spieren en hersenen. Na verloop van tijd kunnen deze granulomen verharden en blijvende weefselschade veroorzaken.

 

Sarcoïdose kan ook de botten aantasten door de chronische ontsteking die met de ziekte samenhangt. Bovendien maken corticosteroïden, geneesmiddelen die worden gebruikt om abnormale immuunreacties onder controle te houden, botten brozer en gevoeliger voor scheuren of breuken, een aandoening die osteoporose wordt genoemd.

 

Desondanks zijn ‘meldingen van botmineraalverlies of grote osteoporotische fracturen (MOF) bij sarcoïdose schaars en hebben zij tegenstrijdige uitkomsten’, aldus onderzoekers van de Universiteit van Siena in Italië.

 

Om deze onbekende factoren te onderzoeken, beoordeelden wetenschappers van de universiteit de voorgeschiedenis van botbreuken en de botmineraaldichtheid, een maat voor botsterkte, bij 382 patiënten met sarcoïdose. Het team onderzocht ook factoren die kunnen bijdragen aan botbreuken bij sarcoïdose.

 

‘Voor zover wij weten, is dit de eerste studie waarin de prevalentie en de klinische impact van MOF zijn onderzocht in een groot cohort [groep] patiënten met sarcoïdose’, benadrukten de onderzoekers.

 

In totaal werden 229 vrouwen en 153 mannen opgenomen in het onderzoek in één centrum. Hun gemiddelde leeftijd was 55,8 jaar.

 

Het is niet verrassend, aangezien leeftijd een bekende risicofactor voor osteoporose is, dat patiënten met grote fracturen ouder waren dan patiënten zonder fracturen (gemiddeld 60,7 tegenover 54,3 jaar).

 

Wervelfracturen kwamen verreweg het vaakst voor in het onderzoek

In totaal hadden 90 patiënten (23,6%) een grote fractuur door osteoporose gehad, en 52 meldden een voorgeschiedenis met meer dan één fractuur. De meeste fracturen, 81 in totaal, traden op in de botten van de wervelkolom, ook wervels genoemd. Aanzienlijk minder fracturen traden op in de botten van de ledematen: zeven bij de pols, vijf in het bovenarmbeen, of humerus, en vier in het dijbeen, of femur.

 

‘Een belangrijke bevinding van deze studie is dat ongeveer een kwart van de patiënten met sarcoïdose [een grote fractuur] had gehad en meer dan een vijfde van hen minstens één wervelfractuur had gehad’, schreven de onderzoekers.

 

Zoals beoordeeld met een niet-invasieve methode die dual-energy X-ray-absorptiometrie wordt genoemd, was de botdichtheid aanzienlijk lager bij patiënten met fracturen dan bij patiënten zonder fracturen, vooral in de femurhals, bovenaan het dijbeen, en in de totale heup. Hoewel de botdichtheid van het onderste (lumbale) deel van de wervelkolom ook lager was, was het verschil niet statistisch significant.

 

De onderzoekers corrigeerden statistisch voor leeftijd en body mass index (BMI), een maat voor het lichaamsgewicht in verhouding tot de lengte. Na deze correctie hing een lagere botdichtheid van de femurhals, de totale heup en de lumbale wervelkolom significant samen met een lagere diffusiecapaciteit voor koolmonoxide, bekend als DLCO. DLCO beoordeelt het vermogen van de longen om zuurstof uit de lucht naar de bloedbaan over te brengen.

 

Een belangrijke bevinding van deze studie is dat ongeveer een kwart van de patiënten met sarcoïdose [een grote fractuur] had gehad en meer dan een vijfde van hen minstens één wervelfractuur had gehad.

 

Voortbouwend op deze bevindingen onderzocht het team de röntgenfoto's van de borstkas van de patiënten. De prevalentie van grote fracturen was hoger bij patiënten met sarcoïdosegerelateerde longbetrokkenheid dan bij patiënten zonder die betrokkenheid (28,3 tegenover 19,2%), stelde het team vast.

 

De onderzoekers voerden vervolgens een statistische analyse uit die corrigeerde voor factoren die de resultaten konden beïnvloeden, waaronder geslacht, BMI, vitamine D in het bloed, longfunctie en longbetrokkenheid, behandeling van sarcoïdose en de dosis corticosteroïden.

 

Deze berekeningen toonden aan dat lagere DLCO-waarden samenhingen met een hoger risico op osteoporose, evenals een hogere BMI. Ook hingen meer longbetrokkenheid, een lagere botdichtheid van de totale heup en minder behandelingen voor sarcoïdose samen met meer grote osteoporotische fracturen.

 

‘Onze gegevens, verkregen bij een grote groep patiënten met sarcoïdose, bevestigen dat MOF, en vooral wervelfracturen, een veelvoorkomende en belangrijke complicatie vormen bij patiënten met matige/ernstige sarcoïdose’, concludeerden de auteurs.

 

Bron:

https://sarcoidosisnews.com/news/spinal-bone-fract

ures-common-sarcoidosis-patients-study-finds/


Rating: 0 stars
0 votes